vrijdag 21 december 2007

Wens (1)


KINDEKE YAN WENST JE PRETTIGE KERSTDAGEN
EN EEN GELUKKIG NIEUWJAAR
- OOK NAMENS Z’N OUDERS -

zaterdag 8 december 2007

Mijn moment van 2007 (voor het personeelsblaadje)

Op 8 januari van dit jaar fietsen mijn vrouw Irma en ik Saigon uit. Voor we de stad verlaten brengen we een bezoekje aan de pagode van de Jade-Keizer, een van de belangrijkste taoïstische goden. Een middelgrote tempel, wat viezig maar kleurrijk, in halfschemer en wierook gehuld, een eeuw geleden gebouwd door Chinese taoïsten, later evenzeer geliefd door boeddhisten en confucianisten.

Voor de tempel is een door bomen overschaduwd hofje, naast de ingang een vijvertje met schildpadjes waarvan sommige schildjes beschreven zijn met witte verf. Binnen staat het vol met beelden. Halverwege de tempel twee woest uitziende figuren, vier meter hoge generaals die een tijger en een draak hebben overwonnen. Tegen de achterwand zit op een lotusbloem de veelarmige Moedergodin van het boeddhisme. En daarnaast, in het midden, het beeld van de Jade-Keizer zelf. In de pagode zijn ook de woonvertrekken van het tempelpersoneel gehuisvest, met donkere gangetjes waar een mannetje rondscharrelt dat zijn overtollig speeksel met veel lawaai hier en daar in een hoek rochelt.


Irma’s aandacht gaat uit naar een zijvertrek waar de Vruchtbaarheidskoningin zetelt.


Vlak voor de fietsvakantie heb ik na bijna een jaar nadenken ingestemd met haar plots opgekomen late kinderwens. Nu ziet zij haar kans schoon. Bij de roodgeverfde houten balie koopt zij met gretige ogen een roodpapieren zakje met zwavelgele wierookstokjes. Voor de Vruchtbaarheidskoningin met haar felgekleurde pauwvormige hoofddeksel en manteltje van roze zijde met daarover een doorzichtig geel capeje staat een met zand gevuld stenen bakje waarin Irma haar wierookstokjes aansteekt, eentje voor een zoon, eentje voor een dochter.


Ruim negen maanden later wordt onze zoon Yan geboren.

woensdag 21 november 2007

In a sentimental mood

Ik wou dat mijn zoon...

...Rufus Wainwright (charmant kinderlijk innemend)
(When i am older than all these goddamned hills / And there's no reason for my mind to be still / Oh, how i'll feel like a beautiful child again / Such a beautiful child again / When i have finally found my room filled with toys / Be banging on my crib excited with noise / Oh, how i'll feel like a beautiful child / Such a beautiful child again / And when theres nothing to gain / Or bring me pain or pin the blame / On you or myself / And when they finally fall / These wailing walls and burning crosses / God's twilight and all / How i'll feel like a beautiful child / Such a beautiful child again)

...Johan Cruijff (eigenzinnig uniek zichzelf)
(Ik geloof niet omdat ik dus niet gelovig ben maar ik denk wel dat er iets anders is, maar daardoor geloof ik datgene wat ik dus denk dat er is.)


...Mohammed Ali (weerlichtend charismatisch ontroerend)
(Champions aren't made in gyms. Champions are made from something they have deep inside them: A desire, a dream, a vision. They have to have last-minute stamina, they have to be a little faster, they have to have the skill and the will. But the will must be stronger than the skill.)

...Kees Fens (wijs humoristisch ondoorgrondelijk)
(De laatste hangers zie je in Zuid-Europese dorpen. Vijf oude mannen tegen een kerkmuur. Hun toekomst is hun verleden geworden. Daar praten ze over. Na een tijdje zitten ze met vier of vijf op een bank. Ze zwijgen en staren voor zich uit. Naar een horizon die er niet meer is. De kerkklok slaat. 'Gods troon is nog ongeschokt.'
Ik zie ze en ontdek het wezenlijke aan de hangers: tijd is zolang ze met elkaar praten of zwijgen eeuwigheid. De hanger mag praten over verandering, hij wil die niet. Hij wil eigenlijk niets.)

...en mijn vader en mijn moeder en mijn vrouw tegelijk zou worden.

vrijdag 16 november 2007

With A Little Help From My Hands

Je kunt spastisch doen over anderen die grappen maken over je afwijkingen. In afwijking daarvan kun je ook lachen om je eigen spasmen.

Dat doet Joe Cocker als hij John Belushi's parodie ziet op zijn legendarische spastische armgebaren tijdens het gromzingen.

This thing about me being spastic is something I can't get away from. I did The David Letterman Show not long ago, and he is still going on about me being spastic. I can't talk about anything else when I go on those shows.
During the time of "You Are So Beautiful," I was working at Village Recorders, in Los Angeles, and someone comes into the studio and says, "Joe, we've got this video to show you that you're not going to like." I don't know how long Saturday Night Live had been on the air, because I never watched much TV, but when I saw this video of John Belushi doing me being spastic and pouring beer, I became hysterical.
Everyone else said, "Joe, you're not supposed to find this amusing. You're supposed to find this gross and inoffensive."
I said, "Oh, come on. You can't not laugh at this." I didn't even know who Belushi was.
Moving my hand around is subconscious with me. A lot of the time I'm more or less conducting the band, just keeping a feel. I don't know why I do it. It's just one of those things.


Joe Cocker, In his own words

Zelf vinden wij de versie van onze eigen Yan eigenlijk hilarischer. Zal hij ooit kunnen lachen om het lachen dat wij doen om zijn spasmen?



(Wil onder dit filmpje Joe Cocker's uitvoering van With A Little Help From My Friends zetten. Ga de YouTubeRemixer uitproberen - tot (heel veel) later...)

zaterdag 10 november 2007

Even 'n ballonnetje oplaten

Casus
Yan is na voedertijd direct vertrokken als hij ligt uit te buiken op de warme borst van zijn moeder. De moedermelk komt dezer dagen niet alleen meer direct uit diezelfde borst, maar bereikt zijn gulzige lippen ook wel via het tussenstation genaamd Kolfcity*. Zo kan ook vader zijn Yanneman van moedermelk voorzien. Dit om terugkeer van moeder uit het land genaamd Infantilia te bespoedigen.

Probleem
Yan slaapt na een bezoekje aan Kolfcity niet zo lekker in als bij moeders. Vaders, althans het onderhavige exemplaar, beschikt namelijk niet over een dikke warme moederborst. Dit gezinnetje zal toch niet het enige zijn dat met hiermee worstelt?

Oplossing
Men neme een luchtballonnetje, late deze 24 uur dragen op de blote huid van de moeder van uw zuigeling ter opname van de moedergeur, vulle deze niet met lucht (zoals hier gebeurt met flatuleuze gevolgen) maar met water van ca. 37˚, drapere de lauwwarme gummizak op de borst terwijl men een horizontale positie inneme en positionere het proefkonijnekoppetje op de neptiet, direct naast het tuitje dat men bevochtige met de laatste druppels van het Kolfproduct. En klaar is uw kunstje!

*) plaatsnaam gemunt door Hans Borgman (zero googlehits!). Hans, wederom bedankt!

vrijdag 9 november 2007

Zoek de verschillen (van een halve eeuw) (2)

Ook ik ben vergiftigd met het aangename gevoel van de jeugdherinneringen die me zijn verteld en die ik doorvertel alsof ik ze zelf heb meegemaakt (zie een eerdere post over Orhan Pamuk's Istanbul). Deze is me verteld door m'n vader en zegt veel over de veranderingen in de laatste halve eeuw die mijn leven nu bestrijkt:

Mijn Nederlandse vader en mijn zwangere moeder van Chinese afkomst zijn op vakantie in Corsica. Ik, zo'n tien maanden oud, logeer bij oma Do in Tilburg en krijg daar prompt de griep. Oma belt natuurlijk direct de dokter. "Met mevrouw Jansen, ik heb hier een klein Chineesje met griep. Kunt U langs komen?"

De begrippen multiculturele samenleving en politieke correctheid waren nog ver weg. Dus voor een huisarts in een provinciestadje kon een Chineesje bij een Jansen thuis niets anders zijn dan een baby met wat toen nog helemaal niet bekend stond als het Syndroom van Down.

De dokter komt per ommegaande langs, ziet mij in m'n wiegje liggen en zegt verbaasd: "Maar mevrouw, dat is helemaal geen mongooltje, kijk eens wat een pientere oogskens ie heeft!"


De lezer oordele zelf. (En ik dank mijn ouders voor deze en andere herinneringen die ik mij toegeëigend heb.)

donderdag 8 november 2007

Pamuk's Istanbul (2)

Het hiervoor geciteerde fragment uit Orhan Pamuk's Istanbul wordt voorafgegaan door een beschrijving van een stadsbericht in de krant die Pamuk's moeder 'schijnt te moeten hebben gelezen' op het kraambed in afwachting van de geboorte van Orhan. Niet de uitbarsting van de vulkaan Stromboli twee dagen eerder, Turkse militairen in Noord-Korea of de angst voor de inzet van biologische wapens was voor de Istanbulers het echte nieuws. Dat ging over de inbreker met het gruwelijke masker die zich, betrapt en daarna ingesloten, van het leven beroofde.

Helaas heeft het niet veel zin om in de kranten van de geboortedag van mijn zoon op zoek te gaan naar het plaatselijke bericht dat de gemoederen van alle Amsterdammers bezig zou hebben gehouden, meer nog dan de uitslag van de Poolse verkiezingen, het wraak zweren van Turkije na een dodelijke PKK-hinderlaag of de twijfels over de Nederlandse militaire missie in Uruzgan. De zeskoloms openingskop van de Volkskrant luidt namelijk: Texel is zijn ambassadeur kwijt. Jan Wolkers is drie dagen daarvoor overleden en diens dood houdt het hele land dier dagen in een liefdevolle greep.

Als ik dan toch door die krant blader op zoek naar nieuws dat de interesse van Elyan's moeder moet hebben gewekt, zie ik op pagina 3 rechtsonderin een fotootje dat zij niet gemist kan hebben in die tussenperiode van een eindig en een nieuw leven.

Het is de schitterende uitsnede van een foto van Robin Utrecht waarop prinses Ariane van Willem-Alexander en Máxima wordt gedoopt. De uitsnede is daarom zo mooi omdat het tafereel nu door lichtval en compositie doet denken aan klassieke schilderbeelden. (Met excuses aan onze kroonprins die in de prullenbak is beland.)

Pamuk's Istanbul (1)

(...) Toen mijn moeder me voor het eerst zag, vond ze dat ik er zwakker, kwetsbaarder en tengerder uitzag dan mijn twee jaar oudere broer bij zijn geboorte.

Eigenlijk had ik hier de werkwoordsuitgang -miş moeten gebruiken: 'schijnt gevonden te hebben'. De verleden tijd met de uitgang -miş, een vorm waarop ik erg gesteld ben en die we in het Turks gebruiken om dromen en sprookjes te vertellen, en dingen die we niet zelf hebben meegemaakt, is geschikter voor het weergeven van wat we hebben beleefd toen we in de wieg lagen, in de kinderwagen of toen we onze eerste stapjes zetten. Want onze eerste levenservaringen horen we jaren later uit de mond van onze ouders en wij beleven er dan een huiveringwekkend genoegen aan om naar ons eigen verhaal te luisteren alsof we iemand anders zijn eerste woordjes horen zeggen, zijn eerste stapjes zien zetten. Door dit aangename gevoel, dat doet denken aan het plezier om onszelf in onze eigen droom te zien, zet zich later een andere gewoonte in onze ziel vast, die ons tot aan onze dood zal vergiftigen: we maken er een gewoonte van om de betekenis van alles wat we in het leven meemaken - zelfs van ons diepste genot - van anderen over te nemen. Net zoals deze eerste 'herinneringen' aan onze babytijd verhalen zijn die we van anderen horen en ons vervolgens zo gretig eigen maken dat we beginnen te denken dat het onze eigen herinneringen zijn, die we vervolgens vol overtuiging aan anderen vertellen, zo denken we ook dat wat anderen zeggen over allerlei dingen die we in het leven doen, ons eigen idee is, sterker nog: die mening van anderen verandert in een herinnering die belangrijker is dan hetgeen we hebben meegemaakt.

Uit: Istanbul; herinneringen en de stad, Orhan Pamuk (hoofdstuk 1, Een andere Orhan)

Hm, ja, het zou een experiment kunnen zijn: Elyan, onze Orhan, niet te vergiftigen met het aangename gevoel dat onze herinneringen aan zijn babytijd hem zouden kunnen geven. Zodat hij 'pure' herinneringen kan gaan koesteren, niet bepaald door zijn ouders. Hoe zouden die er dan uitzien?

Maar ja, dat leven van herinnerde herinneringen kan wel leiden tot zoiets schitterends als Pamuk's boek. Laten we het leven maar gewoon blijven leven zoals we leven, al is het dan een tweedehands. Dat heeft zo z'n eigen schoonheid.

Kraambezoek

Ik ben nog bevalle in 't Wilhelmina Gasthuis, je weet wel, nu sijn op dat terrein allemaal huise. Het duurde en het duurde maar, hè Johan, khad geen goeie ontsluiting. Eindelijk was ze d'r dan, alles d'r op en d'r an, goddank. Kwam me moeder langs, met 'r vriendin. Me moeder was al oud, moet je wete en die vriendin ook. Ginge se langs al die bedjes op de afdeling met se tweeë, die bedjes met van die ijsere spijle, net tralies. Ik kom van de Albert Cuijpbuurt, moet je wete, dat was so'n fijne buurt voor de kinderen, se konde altijd buite spele. En al me familje komt 'r ook vandaan. Dus die ouwe besjes ginge met se tweeë langs al die traliebedjes alsof se de ware op de markt aan het keure ware. Díe had 'n lelijke kop en díe had geen hare, moe je sien joh, en díe heb só'n bos haar, tlijkt wel 'n apie en díe had 'n deuk in se harses. En dat met die schelle stemmen! Kwame se weer terug bij de mijne: ja, dese is toch de mooiste, hoor. Ik geneerde me dood voor die saal! Maar nou moet ik segge, se was ook mooi hoor, se had 'n mooie kop met haar, blond en krullend. Dus ik was tegelijkertijd ook trots, mag je best wete.

Nou, ik woon al jare niet meer bij de Cuijp, je weet dat ik in Almere woon en al me familje ook. Ben ik laatst terug geweest op 't Wilhelmina, hè Johan, jij was 'r ook bij en die nieuwe huise, die zijn mooi hoor. Maar ik moest ook aan die tralies denken, van die bedjes. So is 't wel hoor, kinderen sie je d'r niet meer buite spele, se sitte allemaal binne hè, achter de tv, of de computer of de nintendo of wat se allemaal doen. Gevange als het ware, so denk ik 'r over hoor, mijn mening voor een betere...

zondag 4 november 2007

De Luier Monologen


- Ik ben de eerste, ja, daar ben ik best trots op. Aangegord door de verloskundige die ook mijn bevuiler ter wereld bracht, toch iets bijzonders, niet? De inhoud is verder zoals die van mijn opvolgers, teerachtig, bijna zwart, sticky ook. Niks bijzonders eigenlijk, zegt ook nog niets over hoe 't de vuilspuiter zal vergaan. 'k Zat wel lang geplakt tegen z'n billetjes, pas de volgende dag werd ik bevrijd door de kraamverzorgster. Leuke vrouw trouwens, Anneke, type doortastend-maar-toch-gezellig-Amsterdams. Gooide me in de afvalbak bovenop de placenta en de vruchtblaas, is ook niet weggelegd voor elke luier, dacht ik zo.

- Nou, ik mag dan niet de eerste zijn, maar dat estafettestokje nam ik toch maar soepel van je over, numero uno. En die Anneke kan vouwen hoor, gevoelige maar zekere handen, zo heb ik ze graag over m'n onderdelen. Piemeltje mooi neerwaarts onder m'n voorpand gevouwen en de zijflappen daar lekker strak overheen, beensluitflapjes mooi uitgespreid langs de dijtjes, helemaal lekdicht! 't Blijft een teerspuitertje, dat wel weer.

- Zó bijzonder, ik ben beroerd door de handen van de kersverse vader, ze trilden helemaal! Ach ja, wat wil je ook, die ene kraamverzorgster zat 'r met d'r neus bovenop. Ik zat er ook niet helemaal lekker omheen, maar wat geeft het, heb 'r zelf zo'n beetje voor gezorgd dat ik niet lekte, zo ben ik ook wel weer. En ze lieten me lekker lang zitten, joh, plakte helemaal vast aan die lekkere vleesbilletjes! En ik kreeg nog een toegift, heerlijk. Juist toen ik met inhoud, vochtige doekjes en al zou worden dichtgevouwen, drukte het sluitspiertje er nog zo'n mooi teerbalonnetje uit, da's dan een bonus, hoor!

- Geef mij maar de vochtige geelbruine, je bent tenslotte niet voor niks speciaal ontworpen om de zachte ontlasting te absorberen. Ben ik trots op hoor, dat ik een Pampers New Baby met Secure-Me Fit, nr. 1 Newborn 2-5 kg, 9-11 lbs ben. Ach, als de sluizen opengaan en ik zie die vloed komen, dan knisper ik zo hard ik kan 'kommaarkommaarkommaarkommaar' en dan zuig ik de heleboel op, hmmm.

- Kijk, dat vind ík nou interessant, niet gewoon de boel opvangen, maar es goed analyseren wát je nou precies aan je fiets hebt hangen. En wat deze jongen achterlaat, ja, daar kan ik wel wat mee. Dat residu is niet compact, eerder vluchtig. Qua kleur verschiet het van honinggeel tot stroopbruin. En de stank is soms nu al niet te harden. Conclusie lijkt me duidelijk: de producent zou wel eens kunnen gaan bloggen, mark my words!

Idee: Hans Borgman - dank Hans!

Hineininterpretieren

hoi

kom es hier

wat is dat

oh, camera - en wat daarboven

ah, pa, dat ben jij dus, ahum, aangenaam

keb kriebel an me neus

en an me oog

zeg ehhh, pa

rot nou maar weer es OOOOOP!!!!! (gaap)

woensdag 31 oktober 2007

Zoek de verschillen (van een halve eeuw) (1)

tuddybud............apesnoet......


Leven en dood (2)

En vandaag denkt ook Martin Bril in zijn Volkskrant-column aan Jan Wolkers en net als Remco Campert denkt ook hij daarbij aan het leven, niet de dood:

Aan de andere kant van het pad graasden een paar koeien. Bruin. Een van hen keek nieuwsgierig mijn kant op. De zon scheen precies op zijn neus. Die was groot en wellustig glanzend roze van kleur. Uit de neusgaten stroomden dikke wolken adem. De koe kwam langzaam en log mijn kant op. De uier tussen haar achterpoten schudde vermoeid heen en weer. Aan haar kont plakten resten stront en bloed. Ze deed een paar passen opzij en ik zag nu achter haar in het weiland een jong kalf liggen, ook bruin, maar lichter van kleur en nat van de geboorte, maar al wel door haar moeder goed schoongelikt.

Kijk, ik dacht aan Jan Wolkers.

Die gedachte hield verder niets in. Ik dacht gewoon aan hem. De liefde voor het vlees, in overdrachtelijke zin, de lust, de vitaliteit, het scherpe oog voor zelfs de kleinste spin.
Het kalf krabbelde intussen moeizaam overeind en stond uiteindelijk met vier scheve poten rechtop, als een steltlopend kind dat de macht over de hoge stokken dreigt kwijt te raken. Het dier zakte weer in. De moederkoe draaide zich naar haar om.



In het kader van een Volkskrant-prijsvraag heb ik me es aan een 'Bril' over Bril gewaagd (niks gewonnen):



DE VLIEG

Het terras zit vol, de zon schijnt voor de verandering uitbundig. Binnen in café Vertigo onder Filmmuseum Amsterdam is het rustig en koel. Achterin is het drukker, daar vindt de presentatie plaats van het Vakantieboek van modeontwerper Hans Ubbink. En opeens is hij daar, de chroniqueur van het Nederlandse leven. Een dagelijks stukkie in de krant over het grote en kleine dat iemand meemaakt die zijn huis verlaat. Dat wordt opgeschreven in een stijl die hem past als een soepelleren handschoen. Meestal opgewekt, soms mistroostig of juist scherp en heel soms bozig. Maar dus meestal opgewekt, aanstekelijk opgewekt.

Dat is zijn stiel.

Ja, zoals hij daar opeens staat, zo is hij. Onopvallend bijna, speurend met wat toegeknepen ogen. Van lengte gemiddeld, van kleding modieus maar niet uitbundig. Zonnebril in het grijswitte haar gestoken.

Een vlieg op de muur.

Hij wordt ontvangen door Ubbink. Hij mag de ontwerper om zijn pakken en zijn jongensachtige charme. En hij herkent de mond. Net als de zijne omsluit deze ternauwernood het gebit. Hun mond mag van nature bescheiden zijn, het gebit verraadt de geldingsdrang. Hij blijft bij de begroeting enigszins richting vloer staren. Niet als een bedremmelde schooljongen. Maar als een nieuwsgierig joch dat iets belangwekkends op die vloer ontwaart. Hij lijkt tegelijkertijd afwezig en volkomen op zijn gemak.

Mooi.

De ontwerper geeft hem het woord. De man wiens kleding hij graag draagt heeft hem gevraagd een toespraakje te houden bij de presentatie van het Vakantieboek, waarvoor hij een aantal vakantieverhalen heeft geleverd. Een kwinkslag hier, een scherts daar, hij schudt het grijnsmonkelend uit de mouw. Met die wat gebogen rug, de blik naar de grond gericht. Alsof hij de tekst daar vanaf zuigt met die brede mond die omstandig beweegt . Om dat gebit heen natuurlijk. De grote tanden geven hem iets gretigs. Hij lacht zijn ruwe lach - voordat alle anderen lachen. Het is goed zo, woorden zijn zijn leven. Als hij het leven in zijn woorden kan gieten is hij tevreden. Geluk is een te groot woord.

Nee, het gaat hem om iets anders.

Humeur.

Het leven weten te vangen in goedgekozen woorden, dat geeft hem dat onverwoestbaar goede humeur.

Uit het middelpunt na zijn praatje staat hij daar wat verloren. Twee blonde meiden stappen op hem af. Hij grijnst zijn grijns, eentje die van oor tot oor trekt. Daar is hij goed in, grijnzen. Hij heeft wel eens gehoord dat vrouwen dat aantrekkelijk aan hem vinden. Komt mooi uit, hij doet het graag. “Mag ik met je op de foto?” vraagt de een en daar gaan ze. Hij met haar, hij alleen, met z’n drieeën, hij met dame twee, hij weer alleen. Geamuseerd wordt er om hen heen toegekeken. De stip op de muur staat ineens op de vloer midden tussen de toeschouwers. En hij vindt het niet erg. Vanwege zijn dochters die hun slaapkamers hebben behangen met hún idolen? Is het een laatste oprisping van jeugdige ijdelheid? Geldingsdrang die kruipt waar zij niet gaan kan?

Wie weet.

Zij beloven hem de foto’s toe te sturen. Hij toont zich ingenomen. Dan, opeens, is hij verdwenen. Zo plots en ongezien als hij was gekomen. Hij moet verder.

Leven en dood (1)

Op de dag dat Elyan het leven in wordt gekatapulteerd, wordt de voorpagina van de Volkskrant nog beheerst door de dood van Jan Wolkers. Op zijn begrafenis, twee dagen na de geboorte, spreekt die andere oude reus, Remco Campert, zijn afscheidsgedicht uit:

Leven

Vrijdagmiddag op het Centraal Station
kwam een onbekende op me af
keek me getroffen aan en zei:
'heeft u het al gehoord?
Jan Wolkers is dood'

Terwijl ik nog maar net besloten had
om zolang ik nog te leven heb
niet meer aan de dood te denken
kwam jij, Jan, er onverhoeds tussen
Zoals je me vaak belde
midden op een troosteloze dag
alsof je in Texel raadde
dat ik om je praatje verlegen zat

Al wachtend op de trein
bleek denken aan jouw dood
niet denken aan de dood
maar eerder aan het leven
zoals jij het vierde
uitbundig en voorbeeldig.


Of Elyan het leven uitbundig en voorbeeldig zal gaan vieren moet de toekomst natuurlijk uitwijzen. Feit is dat omstreeks de tijd dat-ie nieuw leven brengt, die uitbundige vitalist het leven laat. En dat doet Campert niet aan de dood denken maar aan leven. Al met al een ode aan het leven.

maandag 29 oktober 2007

Surrealistische droom (2)

Dan gaat alles heel snel, en dan weer stroperig, en weer razendsnel - als in een droom. Het is gaan donkeren, buiten raast het verkeer gewoon door.

Ik bel Olijf. Die is bij die andere bevalling. Irma heeft persweeën!
Gaat de gang op als ze me aan de lijn heeft (hoor ik de volgende dag van haar). Spreekt op rustige maar gedecideerde toon: ik bel een verloskundige op het andere toestel, die komt zo snel mogelijk - stook de verwarming maar flink op - ga de kruiken maar klaarleggen - en wat hydrofiele doeken - celstof onderleggers ook - een pak maandverband.

En ik, ik weet van niks. Verloskundige en kraamhulp zouden het toch doen?? Olijf: ik heb een verloskundige aan de lijn, die is op weg.

Irma duikt van de ene perswee in de andere. Hoofd tussen armen steunend op zitting van de bank. Het hoofd opheffend. Knieën op het vloerkleed. Kreunend, steunend. Ik lek, doe er iets onder!
Shit, die fruitschaal maar - Sorry schat, sorry, maar waar zijn die kruiken? - en de kruikenzakken? - sorry, wat zijn hydrofiele doeken - waar zijn ze - shit, brand m'n poten aan de ene hete kruik - krijg de dop niet op die andere!

Lamaar zitten, zegt Olijf in m'n oor - breng het allemaal naar de woonkamer - leg de kruik plat, leg de hydrofiele doeken er maar overheen - verliest Irma bloed? wat voor kleur? helder met rode vlokken? zie het hoofdje al?

Verdomme, kan het niet zien - OK, ik pak een lamp - jezus, geen peertje! draai ‘t uit die andere lamp - shit, is heet! met die sok maar - en hier d'r in - shit, shit! ik geloof het niet... maar dat moet toch - dat is het hoofdje!

Olijf blijft paraat: Mignon is de verloskundige, ze is bij jullie in de straat - aan welke kant is jullie huis? - zeg tegen Irma dat ze snel moet ademen - zo kan ze het rekken.

Maar kan dat geen kwaad?! Als-ie komt houdt ze het toch niet tegen - laat haar maar flink steunen! Ah, daar gaat de bel - ze is er! ja, kom binnen!

Mignon stapt ons donkere, warme nesthol binnen - over de aangerichte rotzooi - pakt haar koffertje uit - doet handschoenen aan - nog één keer flink persen! dan is-ie er uit!! ja, goed, ja!!!

En daar ligt-ie, ons gevilde konijn, op het vloerkleed! hij krijst, hij leeft!! ik jank - m'n blik wordt tussen de beentjes getrokken - we hebben een jongen!!

Irma valt bijna voorover op de bank - kom, zegt Mignon, leun maar naar achter - ga maar op je rug liggen. Achterwaarts beweegt Irma zich - haar knie dreigt ons konijn te verpletteren! Pas op, schat! kom maar hier - het is Yan!!

Irma trilt, rilt, is niet van de wereld - wordt voorzichtig op haar rug gelegd - kussens ondersteunen haar - Yan op haar buik, ze heeft amper besef...

Pas veel later, toch eindelijk op bed, landt ze weer, landen we weer, als Yan's reflexen worden getest, als-ie wordt gewogen, als we een toneelstukje zien van boreling en vroedvrouw, als er een beetje, een heel klein beetje afstand is, als we langzaam ontwaken uit deze surrealistische droom.

zondag 28 oktober 2007

Surrealistische droom (1)

22.17u - Daar ligt-ie ineens op het nieuwe vloerkleed, het karkas van een gevilde konijn, paars, mager, glimmend van het vocht, verrassend groot. En krijsend, zo opluchtend en gelukkig makend, hartverscheurend krijsend, dus levend, niks geen karkas, mijn bibberende kale konijn van een zoon.

Die maandag 22 oktober 2007 is de datum waarop ons kind-to-be is uitgerekend. Maar ja, het moet de eerste worden, die komen altijd later. En OK, al zijn er wat onregelmatige krampjes van onderen gesignaleerd, niks om je druk om te maken. Natuurlijk ging ik gewoon naar m'n werk en 's avonds heb ik een afspraak met een vriend. Moet je rekenen, om wat te lullen over het wel en wee van omgaan met zwangere vrouwen. Wel in een restaurant om de hoek, je weet het maar nooit, kan ik eventueel snel thuis zijn, is een rustig idee.

Tegen half zeven die avond kom ik thuis van m'n werk, op de fiets van vrouw Irma. Ik voel de krampjes nu wat sterker, zegt ze, laten we voor de zekerheid de klossen maar vast onder het bed zetten. Na gedane arbeid vraag ik haar of ik de band van m'n eigen fiets nu moet plakken. Of heb je de jouwe morgen nog nodig? Nee, zegt ze, maar overmorgen moet ik nog naar de verloskundige, dus als ik 'm dan kan gebruiken... Goed, plak ik 'm direct. Zou ik trouwens moeten reserveren voor vanavond? Ja, zou 'k maar doen, zegt ze.

Als ik na het plakken van de band weer boven ben heeft Irma het over een toename van de krampen. Hm, wil je dat ik de afspraak afzeg? Eh... ja, heb ik toch liever, voel ik me toch wat meer op m'n gemak. Tijdens het telefoontje met m'n vriend roept ze dat dit toch een echte wee was!
Het is kwart over zeven, er gaat een prikkeling door me heen. Ons wordt sterkte toegewenst en ik zet me aan tafel om het tijdstip van de eerste wee te noteren. Als je twee uur lang weeën hebt van één minuut met tussenpozen van vier tot vijf minuten dan mag je de verloskundige bellen. Of als je vliezen tussendoor breken en je in een half uur meer dan één maandverband bloed verliest.
Ik klamp me vast aan het noteren van de rondetijden - ja, het is nu begonnen. Weeën van tegen de minuut, tussentijden van anderhalve tot drie minuten. Maar zouden dit nu echt weeën zijn, zijn het niet slechts vóórweeën? Je eerste kind komt toch altijd te laat? Zou ze denken dat het weeën zijn omdat ze wil dat het weeën zijn?
De boekjes over het baren heb ik om me heen verzameld. Hier lees ik dat het vanaf de eerste wee toch wel gemiddeld 24 uur kan duren voor je je eerste boreling ter wereld brengt. Ik lees het Irma ter geruststelling voor. Moet ik dít 24 uur ondergaan, schreeuwt ze me tussen twee weeën toe.

Ze loopt rond in het huis op zoek naar een plek om te steunen. In de badkamer, in de woonkamer. Op de badkamerplank, de strijkplank, de bank.
M'n rug is gespannen - heb kramp in m'n rug, druk op de kont - heb het idee dat ik moet poepen - het lijkt alsof ik heftige ongesteldheidskrampen heb - de sterkte neemt toe! - voel het nu meer van onder en van voren - het gaat nu nog meer naar voren, van de rug weg - de pijn wordt sterker! - het komt nog meer naar voren - heb nog steeds dat poepgevoel - heb nu echte rugweeën! - het gaat nog meer naar de voorkant - het wisselt - de pijn neemt nog meer toe!

Dan is er rood vruchtwater en om half negen, na zo'n dertig weeën, is er in één keer zoveel bloedverlies dat er gebeld mag worden. Verloskundige Olijf blijkt aanwezig bij een andere bevalling (al zeven centimeter ontsluiting daar) en zegt me dat we weer moeten bellen als Irma het niet meer uithoudt. En ik moet de kraamhulp alvast bellen voor standby.
En de pijn neemt nog steeds toe! - het zit in m'n rug - heavy shit!, blijf maar daar! - kun je alsjeblieft m'n rug masseren, ja daar!
De volgende wee blijft nu wat langer weg, maar dan plotseling: ik heb geloof ik persdrang! - druk van onderen - ik moet geloof ik persen! bel Olijf!

Het is bijna kwart voor tien.

beginnetje met een kleine b


OK, ook ik begin er aan, aan een blog.

Dat komt door Elyan. Elyan is mijn zoon, da's fijn om te tikken, Elyan is mijn zoon.

Nu bijna zes dagen oud, een beginnetje met een hele kleine b. Een menneke, een apie, een apesnoet, een biggetje, een schijtbakkie, allemaal van mij - en van m'n vrouw natuurlijk, ook van haar, juist van haar.

Goed, laten we hopen dat dit geen babyblog wordt. Maar ik weet het niet, met dit nieuwe begin, ik weet even niet zo veel meer, we zien wel.

Dat leer je wel met zo'n beginnetje, gewoon maar beginnen en zien waar je uit komt.

Het gaat fout als je de boel in de hand wil houden. Zoals tijdens de eerste nacht van het prille gezinnetje. Hij MOET om de drie, vier uur gezoogd worden. Neee, NIET aan de borst als-ie dan na twee uur al weer wakker wordt. Laat 'm maar pruttelen..., huilen..., krijsen... aaahrgg!

OK, dit werkt niet. We doen het anders, we zien wel...