zondag 28 oktober 2007

Surrealistische droom (1)

22.17u - Daar ligt-ie ineens op het nieuwe vloerkleed, het karkas van een gevilde konijn, paars, mager, glimmend van het vocht, verrassend groot. En krijsend, zo opluchtend en gelukkig makend, hartverscheurend krijsend, dus levend, niks geen karkas, mijn bibberende kale konijn van een zoon.

Die maandag 22 oktober 2007 is de datum waarop ons kind-to-be is uitgerekend. Maar ja, het moet de eerste worden, die komen altijd later. En OK, al zijn er wat onregelmatige krampjes van onderen gesignaleerd, niks om je druk om te maken. Natuurlijk ging ik gewoon naar m'n werk en 's avonds heb ik een afspraak met een vriend. Moet je rekenen, om wat te lullen over het wel en wee van omgaan met zwangere vrouwen. Wel in een restaurant om de hoek, je weet het maar nooit, kan ik eventueel snel thuis zijn, is een rustig idee.

Tegen half zeven die avond kom ik thuis van m'n werk, op de fiets van vrouw Irma. Ik voel de krampjes nu wat sterker, zegt ze, laten we voor de zekerheid de klossen maar vast onder het bed zetten. Na gedane arbeid vraag ik haar of ik de band van m'n eigen fiets nu moet plakken. Of heb je de jouwe morgen nog nodig? Nee, zegt ze, maar overmorgen moet ik nog naar de verloskundige, dus als ik 'm dan kan gebruiken... Goed, plak ik 'm direct. Zou ik trouwens moeten reserveren voor vanavond? Ja, zou 'k maar doen, zegt ze.

Als ik na het plakken van de band weer boven ben heeft Irma het over een toename van de krampen. Hm, wil je dat ik de afspraak afzeg? Eh... ja, heb ik toch liever, voel ik me toch wat meer op m'n gemak. Tijdens het telefoontje met m'n vriend roept ze dat dit toch een echte wee was!
Het is kwart over zeven, er gaat een prikkeling door me heen. Ons wordt sterkte toegewenst en ik zet me aan tafel om het tijdstip van de eerste wee te noteren. Als je twee uur lang weeën hebt van één minuut met tussenpozen van vier tot vijf minuten dan mag je de verloskundige bellen. Of als je vliezen tussendoor breken en je in een half uur meer dan één maandverband bloed verliest.
Ik klamp me vast aan het noteren van de rondetijden - ja, het is nu begonnen. Weeën van tegen de minuut, tussentijden van anderhalve tot drie minuten. Maar zouden dit nu echt weeën zijn, zijn het niet slechts vóórweeën? Je eerste kind komt toch altijd te laat? Zou ze denken dat het weeën zijn omdat ze wil dat het weeën zijn?
De boekjes over het baren heb ik om me heen verzameld. Hier lees ik dat het vanaf de eerste wee toch wel gemiddeld 24 uur kan duren voor je je eerste boreling ter wereld brengt. Ik lees het Irma ter geruststelling voor. Moet ik dít 24 uur ondergaan, schreeuwt ze me tussen twee weeën toe.

Ze loopt rond in het huis op zoek naar een plek om te steunen. In de badkamer, in de woonkamer. Op de badkamerplank, de strijkplank, de bank.
M'n rug is gespannen - heb kramp in m'n rug, druk op de kont - heb het idee dat ik moet poepen - het lijkt alsof ik heftige ongesteldheidskrampen heb - de sterkte neemt toe! - voel het nu meer van onder en van voren - het gaat nu nog meer naar voren, van de rug weg - de pijn wordt sterker! - het komt nog meer naar voren - heb nog steeds dat poepgevoel - heb nu echte rugweeën! - het gaat nog meer naar de voorkant - het wisselt - de pijn neemt nog meer toe!

Dan is er rood vruchtwater en om half negen, na zo'n dertig weeën, is er in één keer zoveel bloedverlies dat er gebeld mag worden. Verloskundige Olijf blijkt aanwezig bij een andere bevalling (al zeven centimeter ontsluiting daar) en zegt me dat we weer moeten bellen als Irma het niet meer uithoudt. En ik moet de kraamhulp alvast bellen voor standby.
En de pijn neemt nog steeds toe! - het zit in m'n rug - heavy shit!, blijf maar daar! - kun je alsjeblieft m'n rug masseren, ja daar!
De volgende wee blijft nu wat langer weg, maar dan plotseling: ik heb geloof ik persdrang! - druk van onderen - ik moet geloof ik persen! bel Olijf!

Het is bijna kwart voor tien.

Geen opmerkingen: