zaterdag 8 december 2007

Mijn moment van 2007 (voor het personeelsblaadje)

Op 8 januari van dit jaar fietsen mijn vrouw Irma en ik Saigon uit. Voor we de stad verlaten brengen we een bezoekje aan de pagode van de Jade-Keizer, een van de belangrijkste taoïstische goden. Een middelgrote tempel, wat viezig maar kleurrijk, in halfschemer en wierook gehuld, een eeuw geleden gebouwd door Chinese taoïsten, later evenzeer geliefd door boeddhisten en confucianisten.

Voor de tempel is een door bomen overschaduwd hofje, naast de ingang een vijvertje met schildpadjes waarvan sommige schildjes beschreven zijn met witte verf. Binnen staat het vol met beelden. Halverwege de tempel twee woest uitziende figuren, vier meter hoge generaals die een tijger en een draak hebben overwonnen. Tegen de achterwand zit op een lotusbloem de veelarmige Moedergodin van het boeddhisme. En daarnaast, in het midden, het beeld van de Jade-Keizer zelf. In de pagode zijn ook de woonvertrekken van het tempelpersoneel gehuisvest, met donkere gangetjes waar een mannetje rondscharrelt dat zijn overtollig speeksel met veel lawaai hier en daar in een hoek rochelt.


Irma’s aandacht gaat uit naar een zijvertrek waar de Vruchtbaarheidskoningin zetelt.


Vlak voor de fietsvakantie heb ik na bijna een jaar nadenken ingestemd met haar plots opgekomen late kinderwens. Nu ziet zij haar kans schoon. Bij de roodgeverfde houten balie koopt zij met gretige ogen een roodpapieren zakje met zwavelgele wierookstokjes. Voor de Vruchtbaarheidskoningin met haar felgekleurde pauwvormige hoofddeksel en manteltje van roze zijde met daarover een doorzichtig geel capeje staat een met zand gevuld stenen bakje waarin Irma haar wierookstokjes aansteekt, eentje voor een zoon, eentje voor een dochter.


Ruim negen maanden later wordt onze zoon Yan geboren.

Geen opmerkingen: